| Hijzelf vond het
een geweldig idee. Hij wou hem gewoon nog een keer zien. Daar
was het woord obsessie weer. Dat gevoel kende hij maar al
te goed. Het was dus geen krampachtig vasthouden bij meisjes
om zijn gevoel voor jongens te verdringen. Het hoorde gewoon
bij hem. En daar kon hij maar beter aan toegeven. Het maakte
hem vrolijk, over een paar dagen zou hij hem weer zien.
Het kon niet moeilijk zijn. Hij had van Lars gehoord dat
het de enige school in het voortgezet onderwijs was in het
plaatsje waar hij woonde. Bovendien had hij zijn adres. Hij
zou om half drie klaar zijn op school. Dan moest hij hem toch
ergens tegenkomen. Gerben was die vrije woensdag op tijd weg
gereden. Hij had thuis verteld dat hij een middag ging fietsen,
en dat hij op tijd weer thuis zou zijn. Meer hoefde zijn moeder
niet te weten. Hij had het adres van Lars bij zich. Hij zou
daar ergens vast wel een plattegrond tegenkomen waar hij op
kon kijken waar Lars ergens woonde. Waarschijnlijk zou de
school er ook wel op terug te vinden zijn. Hij fietste het
plaatsje binnen en zag meteen een informatiebord staan. Hij
zocht de straten op en keek even rond. Hij besloot eerst even
te gaan kijken waar het was, dan kon hij kijken waar hij hem
het beste kon tegenkomen. De zenuwen begonnen nu toch wel
te kriebelen in zijn buik. De straat waar Lars woonde had
hij snel gevonden, die was vlak bij het bord. Hij keek een
keer de straat in en fietste rechtdoor. Hij durfde niet de
straat zelf in te rijden, misschien zag zijn moeder hem wel
rijden. Daarna reed hij door naar de school van Lars. Hij
keek op zijn horloge, dat was ongeveer een kwartier fietsen.
Hij stopte en keek naar het gebouw. De lichten waren aan in
het gebouw en hij zag leerlingen achter het raam zitten. Die
hadden dus geen studiedag, gelukkig. Het was nu ongeveer één
uur, nog anderhalf uur. Hij fietste door naar het centrum
en kocht een broodje bij de bakker. Hij ging op een bankje
zitten en keek rond. Hij voelde zich raar. Dit was het dorp
van Lars. Hier kende Lars de weg. Hij voelde zich een beetje
een indringer in een andere wereld. Dit was zijn wereld, en
hij liep er nu dwars door heen. Hij was benieuwd hoe Lars
zou reageren. Zou hij hem wel zien? Wat zou hij doen als Lars
met een stel vrienden wegfietste? Hij kon toch moeilijk hem
roepen, wat zouden de anderen wel niet denken? Hij twijfelde
of dit wel zo’n goed idee was geweest. Hij keek weer
op zijn horloge. De tijd kroop traag voorbij. Hij liep langs
wat winkeltjes en keek in de etalage zonder echt te kijken.
Hij hoorde kerkklok twee uur slaan. Nog een half uur. Hij
wist waar hij moest gaan staan waar hij niet op zou vallen,
maar wel de poort in de gaten kon houden. Hij zou hem een
stukje achterna fietsen, niet meteen iets zeggen. Gerben liep
terug naar zijn fiets en reed langzaam terug naar de school.
Op de hoek van de straat stond hij te wachten. Na een paar
minuten zag hij in de lokalen de leerlingen opstaan en weggaan.
Zijn hart begon sneller te kloppen. In de verte zag hij een
hoop leerlingen naar buiten komen en naar de fietsenstalling
lopen. Hij zag Lars. Knoop in zijn buik. Lars praatte met
twee andere jongens en liep met hun naar de stalling. Hij
zag ze even later de poort uit fietsen met z’n drieën.
Hij zette zijn voeten op de pedalen en reed op een grote afstand
achter hen aan. Zul je zien, hebben ze samen iets afgesproken,
en gaan ze samen nog ergens naar toe. Een paar straten verder
sloeg er eentje af een straat in. Ze zwaaiden. Mooi, dat was
één. Lars en de andere jongen reden door. Ze
lachten. Zijn tas zat achterop met zijn jas erbij. Zijn T-shirt
wapperde mee in de wind. Gerben was nerveus. Hij bleef op
een afstand meefietsen. Ze kwamen nou toch al dicht bij het
huis van Lars. Het zal toch niet waar zijn? Die jongen fietste
toch niet mee met hem naar huis, of hoefde toch niet nog verder?
Vlak bij de straat van Lars remde de jongen en stak zijn hand
op. Hij reed een tuinpad op en Lars fietste verder. Gerben
raapte al zijn moed bij elkaar en versnelde. Hij had hem bijna
ingehaald. Nog twee straten, en Lars was thuis. Hij reed nu
vlak achter hem, er zat nog maar anderhalve fiets ruimte tussen
hen in. Gerben’s hart klopte in zijn keel.
‘Lars!’
Lars keek om en trapte op zijn rem. Gerben stopte bij hem.
‘Wat doe jij hier?’ Hij keek verbaasd.
‘Ik zag je fietsen.’ Dat klonk stom.
‘Hoe kom je hier terecht dan?’
‘Ik ben een dag vrij vandaag. Studiedag.’
‘Je bent hier niet toevallig.’ Het kwam er serieus
uit.
‘Nee,’ zei Gerben zacht en keek naar de grond.
Lars zei niets. Gerben keek hem weer aan.
‘Ik wou je gewoon weer even zien.’
Lars voelde zich ongemakkelijk. Verder bleef het stil. Ze
staarden wat voor zich uit.
‘Het waren leuke foto’s,’ probeerde Gerben
de stilte te doorbreken.
Lars glimlachte. ‘Goed gelukt he?’
‘Het was een gave vakantie.’
‘Dat was het zeker.’
‘Ik zou zo weer terug willen gaan naar de kust.’
Lars glimlachte. ‘Ik ook wel, beter dan dit.’
Hij keek even rond.
‘Was het ver fietsen?’ vroeg hij toen ineens.
‘Uurtje, viel wel mee. Had ik er wel voor over.’
‘Je bent ook eigenlijk knettergek, he?’ Lars glimlachte.
‘Het leek me gewoon een leuk idee.’
‘Maar je doet dit niet zomaar,’ zei Lars serieus.
‘Dat weet jij ook wel. Ik miste je, Lars.’
Lars zuchtte. ‘Het kan niet, Gerben.’
‘Waarom niet?’ Gerben voelde dezelfde steek weer
als op het strand.
‘Daarom niet en jij hebt een vriendin.’
‘Niet meer.’
‘Nee? Is het uit?’
Gerben knikte.
‘Waarom?’
‘We wilden allebei niet meer.’
‘Rot voor je.’
‘Gaat wel. We blijven vrienden.’
Lars zuchtte nog een keer. ‘Ik kan je niet mee naar
huis nemen, Gerben. Dit had je misschien ook maar beter niet
gedaan.’
Gerben viel even stil. ‘Toch ben ik blij dat ik je even
gezien heb,’ zei hij toen.
Lars glimlachte.
‘Ik moet zo weer naar huis,’ zei Gerben.
‘Het is nog een eindje trappen voor je.’ Lars
lachte.
Gerben kwam wat voorover. Hij wilde Lars even aanraken, een
kus geven. Zijn hand lag op zijn schouder maar Lars trok zich
terug.
‘Niet doen, Gerben, niet hier.’
Gerben keek wat teleurgesteld naar de grond.
‘Ik schrijf je,’ zei Lars.
Gerben keek hem glimlachend aan.
‘Je bent echt de meest rare vakantieliefde die ik ooit
heb gehad,’ grinnikte Lars. Hij sloeg even een arm om
hem heen en streelde kort zachtjes zijn rug. Hij stak zijn
hand uit en Gerben pakte hem vast. Het voelde vertrouwd. Ze
schudden de hand en Lars reed langzaam weg. Hij keek nog een
paar keer om en lachte. Toen was hij uit het zicht verdwenen.
Gerben begon weer aan de lange weg terug. Onderweg liepen
er wat tranen over zijn wangen. Toch was hij blij dat hij
het gedaan had. Al was het niet helemaal gelopen zoals hij
had gehoopt. Maar eigenlijk had hij vooraf al kunnen weten
dat het zo zou gaan. Hij had hem in ieder geval weer even
gezien. Hij had Lars laten weten hoe hij er over dacht en
hij had hem in ieder geval aan het denken gezet. En hij wist
nu ook dat het uit was met Annemiek. In gedachten fietste
hij verder. Hij was sneller thuis dan hij had verwacht. Ruim
op tijd voor het eten.
Die avond ging de telefoon. Gerben nam op. Toen hij hoorde
wie het was schrok hij even. Het was Lars.
‘Hoe kom je aan mijn nummer?’
‘Opgezocht.’
‘Hoe is het?’ Stomme vraag als je elkaar net daarvoor
nog hebt gezien.
‘Goed hoor. Jij wou toch nog een keer naar het strand?’
‘Ik wel, hoezo?’
‘Ik denk dat we moeten praten. Heb je zaterdag tijd?’
‘Ik heb zaterdag verder niets.’
‘Zie ik je zaterdag op de boulevard van Vlissingen.
Achteraan, waar het strand begint. Om 11 uur, goed?’
‘Is goed. Ik zoek wel op hoe laat ik de trein moet hebben.’
‘Ik moet ophangen, ik zie je daar zaterdag.’
Gerben hoorde verbaasd een klik aan de andere kant van de
lijn en hing op. Zijn buik kneep samen. Hij liep glimlachend
naar zijn kamer, keek naar de foto van Lars en plofte op zijn
bed. Hij lag te denken aan Lars en wat hij wilde. Hij wou
praten, dat had hij zelf gezegd. Gerben lag te piekeren wat
Lars te zeggen had. Maar ze zouden samen naar het strand gaan,
en dat maakte hem, ondanks alle onzekerheid, vrolijk.
Gerben had opgezocht hoe laat hij moest vertrekken en had
besloten voor de zekerheid een trein eerder te pakken. Eigenlijk
hadden ze beter gewoon in de trein af kunnen spreken maar
hij durfde hem niet meer te bellen. Misschien was Lars daar
al dat weekend, of ging hij op een andere manier. Hij zou
hem daar wel zien. Het beloofde mooi weer te worden die zaterdag.
Thuis vertelde hij dat ze met een paar vrienden van school
de hele dag gingen zwemmen. Hij had afgesproken dat hij niet
thuis zou eten. Die zaterdag was hij al vroeg vertrokken.
Hij had een tas volgepropt met een zwembroek en een handdoek
en had er nog wat te eten en te drinken bovenop gedaan. Hij
zette zijn fiets bij het station en kocht een kaartje. Het
was een flinke reis en zijn gedachten dwaalden af terwijl
hij in de trein naar het landschap keek. Het gaf hem een vrolijk
gevoel, hij zou Lars weer zien, en het strand. Vaak had hij
er over gedacht om zomaar en dag terug te gaan naar de kust.
Vooral vlak na de vakantie had hij vaak die gedachte om dat
een keer te doen. Vandaag kwam het er eindelijk een keer van.
Hij at een broodje in de trein, hij had maar weinig gegeten
die ochtend. Toen de trein weg reed uit Middelburg kwamen
de zenuwen opzetten. Hij was er bijna. Hij stond al vast op
en stond bij de deur te wachten tot de trein stilstond. Hij
liep het station uit en stak de sluizen over. Hij kende de
weg hier van de keren dat hij hier was geweest op vakantie.
Links lag de boot naar Breskens klaar om te vertrekken. Hij
haalde een keer diep adem. De zoute zeelucht rook vertrouwd
alsof hij nog nooit was weg geweest. Hij liep langs de huizen
aan de overkant en over de dijk langs het water. Hij keek
even naar het standbeeld van Michiel de Ruyter en volgde de
boulevard. Aan het eind ging hij op een bankje zitten, vlak
bij het strand. Hij staarde over het water en dacht terug
aan de laatste weken dat hij hier vlakbij was geweest. Dat
was nog een flink eind verder, dat was te voet bijna niet
te doen. Hij at nog wat en trok een blikje open. Hij had nog
een half uur.
Rond 11 uur keek hij eens rond. In de verte zag hij hem aan
komen lopen. Hij stak zijn hand op. Lars zwaaide terug. Hij
stond op en liep hem tegemoet. Ze stonden een beetje onwennig
tegenover elkaar. Gerben had hem nu eigenlijk meteen willen
zoenen, maar dat durfde hij niet. Zeker niet op deze drukke
dag.
‘Was je er al?’
‘Ik zat hier al een half uur.’
‘Ik heb de hele trein door gelopen, maar ik zag je nergens.
Ik was al bang dat je hem gemist had.’
‘We hadden ook beter bij ons op het station af kunnen
spreken, of in de trein.’
‘Daar dacht ik ook pas later aan.’
Ze lachten er om.
‘Strand op?’ vroeg Lars.
Gerben knikte, naast elkaar liepen ze het zachte zand in.
Lars stopte en deed zijn schoenen uit. Hij knoopte ze aan
elkaar en hing ze aan zijn rugzak. Gerben deed hetzelfde.
Hij bukte om zijn schoenen los te maken en keek naar de benen
van Lars in zijn half lange broek. Ze ploegden verder door
het losse zand tot het strand wat minder druk werd. Lars liet
zijn rugzak in het zand vallen.
‘Hier gaan we zitten.’
Ze haalden hun handdoeken uit de tas en gingen naast elkaar
in het zand liggen. Lars lag op zijn buik en leunde op zijn
ellebogen. Hij keek Gerben een keer lachend aan.
‘Je bent een rare,’ gniffelde hij.
‘Dit was jouw idee, hoor,’ lachte Gerben.
‘Jij begon er over dat je nog wel een keer naar het
strand wilde, dus het was jouw idee.’
Ze lachten en keken elkaar aan.
‘Waarom is het nou uitgegaan tussen jullie?’
Gerben was verrast door die vraag die ineens uit het niets
kwam.
‘Gewoon, we zagen het allebei niet meer zitten.’
‘Ja, maar waarom niet?’
‘Ze wou alleen verder, het ging haar allemaal te snel.’
‘Sex?’
‘Nog net niet.’ Gerben glimlachte.
‘En jij? Waarom wou jij niet verder?’
Gerben haalde zijn schouders op. ‘Ze was niet wat ik
zocht denk ik. Ik heb veel na zitten denken na de vakantie.
Het paste niet meer bij elkaar.’
‘Heb je het haar verteld van ons?’
‘Nee, ben jij nou gek!’
‘Kon toch?’
‘Nee, ik moet er niet aan denken om het aan haar te
vertellen.’
‘Weten ze bij jou thuis dat je hier bent?’
‘Nee, bij jou?’
Lars glimlachte en schudde zijn hoofd.
‘Waar wilde je over praten?’ vroeg Gerben plotseling.
Lars ging zitten en trok zijn knieën op. Hij sloeg zijn
armen om zijn benen en staarde naar de zee. Hij zuchtte een
keer.
‘Gewoon, over ons.’ Lars keek Gerben even aan
toen hij het zei.
‘Wat wil je er over zeggen?’
‘Weet ik niet.’
‘Wat weet je dan niet?’
‘Ik weet niet wat ik er mee moet, Gerben,’ zei
Lars fel, ‘het is gebeurd maar het is allemaal zo verwarrend.
Het overviel me toen op vakantie en ik heb het laten gebeuren.
Ik was nieuwsgierig ja, maar daarna ging ik weer naar huis.
Leuk brieven schrijven met elkaar. En toen stond jij ineens
weer voor me. Dat had ik niet verwacht. Ik dacht dat het bij
die brieven zou blijven. Wat wil je dan dat we doen?’
Gerben zei niets en staarde naast Lars naar dezelfde plek
ver weg op zee.
‘Nou, hoe kijk jij er tegen aan?’ vroeg Lars.
‘Je hebt me geraakt, ik kon je niet vergeten. Daarom
ben ik naar je toe gegaan.’
‘Jij mij ook, Gerben.’
‘Maar waarom wil je dan die afstand houden?’
‘Omdat dat veiliger is. Dat heb ik je al eens verteld.
Ik wil niet op mijn bek gaan. Ik kan geen afscheid nemen van
mensen. Vraag me niet waarom. En jij had een vriendin, dus
dat was duidelijk. Jij valt toch meer op meisjes. Dus waarom
zou je dan iets met een jongen willen? Waarom zou je dan die
ellende op je nek halen?’
‘Ik liet het niet voor niets gebeuren, Lars. Val jij
meer op meisjes dan?’
‘Weet ik veel. Jij?’ Lars keek hem vragend aan.
‘Volgens een vriend van mij val ik gewoon op allebei.
Het maakt bij mij blijkbaar niet uit of het een jongen of
een meisje is en daar heeft hij wel gelijk in denk ik.’
‘Heb je hem verteld over mij?’
‘Ja. Geen details, hoor,’ zei Gerben lachend.
Lars grinnikte. ‘Ik wou dat ik zo iemand had waar ik
er mee over kon praten.’
‘Je hebt mij toch?’
Lars lachte. ‘Ik kan toch moeilijk met jou over jezelf
roddelen?’
Gerben gaf hem een duw.
‘Was ik de reden dat je het uitgemaakt hebt met Annemiek?’
‘Er waren meer dingen, maar het was wel een van de hoofdredenen,
ja.’
Ze keken elkaar aan en zeiden niets. Het voelde goed en vertrouwd.
Lars keek diep in de ogen van Gerben en Gerben keek even diep
terug. Het ging vanzelf. Langzaam kwamen ze dichterbij, hun
lippen raakten elkaar zachtjes. Ze kusten en kusten nog eens.
Lars legde zijn hand op het achterhoofd van Gerben en trok
hem dichter naar hem toe. Ze zoenden. Snel. Alsof ze de verloren
tijd in moesten halen. Lang duurde het niet. Lars liet hem
weer los en keek een keer rond. Hij deed weer een beetje afstandelijk.
‘Ik heb je gemist,’ fluisterde Gerben.
‘Ik jou ook.’
‘Ik wil je ook niet meer kwijt. Ik wil dit niet laten
ophouden na vandaag.’
Lars staarde weer over het water. Gerben keek hem aan. Hij
wilde Lars over zijn rug aaien maar zijn hand werd weggeduwd.
Lars keek strak voor zich uit. Hij dacht na.
‘Ik ook niet,’ zei Lars toen zachtjes.
Gerben kuste zijn wang en sloeg zijn arm om hem heen. Lars
keek hem zuchtend aan en glimlachte. Hij snapte ook wel dat
hij zijn gevoelens niet tegen kon houden. Hij kuste Gerben
zachtjes op zijn mond, hun lippen raakten elkaar kort.
‘Hebben we nu verkering?’ grinnikte Lars.
‘Helemaal,’ lachte Gerben.
Lars trok zijn T-shirt uit en zocht in zijn tas. Hij haalde
zijn zwembroek eruit en keek Gerben een keer aan. ‘Zwemmen?’
Gerben knikte. Hij trok zijn shirt uit een keek naar Lars.
Die glimlachte en keek naar zijn zwembroek.
‘Tegelijk?’
Ze keken even rond, maar het was niet druk op het stuk strand
waar ze zaten. Ze trokken tegelijk hun broek uit en trokken
snel zittend hun zwembroek aan. Toch hadden ze snel even naar
elkaar gekeken. Lars stond op en stak zijn hand naar Gerben
uit. Die liet zich omhoog trekken en kuste hem toen hij stond.
Lars kneep hem even in zijn zij en rende toen het water in.
Gerben rende achter hem aan en samen doken ze voorover het
water in. Ze zwommen een stuk de zee in tot een plek waar
ze nog net konden staan. Lars keek Gerben lachend aan en bukte
een beetje. Gerben snapte wat hij aan het doen was en deed
hetzelfde. Ze staken tegelijk hun hand boven het water uit
met hun zwembroek. Lars kwam naar Gerben toe en pakte hem
vast. Ze zoenden, hun lichamen steeds dichter tegen elkaar.
Gerben voelde het kruis van Lars langzaam omhoog kruipen langs
zijn bovenbeen. Zijn eigen paal was al behoorlijk hard en
zat klem tegen de buik van Lars. Hun tongen draaiden langzaam
om elkaar heen, Lars graaide door het haar van Gerben. Hij
kreunde. Zijn andere hand streelde met zijn zwembroek over
de rug van Gerben. Die gleed met zijn hand over de billen
van Lars en kneedde ze zachtjes.
‘Het is te diep om te springen,’ grinnikte Lars.
‘Ik hoef nu ook niet te kijken, ik voel het zo ook wel.’
Gerben gleed met zijn hand naar voren en streelde met zijn
vingertoppen langs de hard geworden paal van Lars. Hij pakte
hem vast en masseerde hem langzaam. Hij voelde de hand van
Lars die van hem vastpakken. Tongzoenend trokken ze elkaar.
De vingers van Lars krulden zich nog steviger om de opwinding
van Gerben, zijn hand ging in een stevig ritme op en neer.
Door alle spanning van die dag duurde het niet lang. Gerben
kwam al snel kreunend klaar. Hij concentreerde zich daarna
helemaal op het kruis van Lars. Het water was te troebel,
hij deed alles op de tast. Met zijn duim en wijsvinger vond
hij de rand van zijn eikel en masseerde die uitvoerig. Hij
hoorde aan de ademhaling van Lars dat die ook bijna op zijn
hoogtepunt was. Lars begon zacht te hijgen en kneep Gerben
in zijn billen. Gerben voelde hem wat harder worden en met
een diepe zucht kwam Lars in het water klaar, zijn hoofd op
de schouder van Gerben, zijn vingers stevig in zijn billen
geknepen. Ze kwamen weer tot rust en gaven elkaar een lange
zoen. Ze zwommen een stukje terug om weer naar het strand
te gaan. Lars keek Gerben aan toen die zijn zwembroek weer
aan wilde trekken. Hij grijnsde.
‘Tegelijk?’
Gerben glimlachte en telde af. Ze sprongen tegelijk, en zagen
bij elkaar dat ze allebei nog half hard waren. Alsof ze het
van elkaar wisten sprongen ze nog een keer. Lars bukte daarna
en trok zijn zwembroek aan. Gerben volgde en ze liepen naast
elkaar het strand op. Lars ging op zijn buik op zijn handdoek
liggen en keek naar Gerben toen die naast hem kwam liggen.
Ze kusten elkaar en lieten zich daarna drogen door de zon.
Gerben draaide zich op zijn rug en staarde naar boven met
half dicht geknepen ogen. Hij voelde zich goed. Hij keek opzij
en zag dat Lars op zijn buik met zijn ogen dicht lag. Hij
bukte zich een stukje naar hem toe en zag dat hij sliep. Gerben
glimlachte en ging zitten. Hij hoorde het ruisen van de zee,
rook de geuren van het zoute water en zag de rustig golvende
blauwe vlakte. Lars lag in diepe rust. Er lag een ontspannen
uitdrukking op zijn gezicht die Gerben die dag nog niet gezien
had. Gerben draaide zich op zijn zij en streelde zachtjes
met zijn vingers over de schouder en arm van Lars. Lars bewoog
even. Gerben bukte naar hem toe en kuste hem op zijn hoofd.
Lars zuchtte een keer en deed zijn ogen open. Hij glimlachte
en sloot zijn ogen even kort. Hij rekte zich uit en draaide
zich op zijn zij. Hij glimlachte naar Gerben en streelde zijn
gezicht. Gerben kuste hem, Lars kuste terug. Ze openden hun
lippen en vonden elkaars tong. Lars rolde half op Gerben en
trok zijn been en stukje op. Het begon weer te groeien bij
Gerben. Lars voelde het en grinnikte. Hij wreef met zijn been
wat heen en weer. Verder konden ze niet gaan op het strand.
Gerben ging zitten en pakte wat te eten uit zijn rugzak. Ze
deelden een blikje samen en keken naar de mensen die af en
toe voorbij kwamen gelopen. Het werd langzaam drukker op het
strand.
‘Hoe laat moet jij terug zijn?’ vroeg Lars.
‘Ik heb verteld dat ik met vrienden van school zou gaan
zwemmen en dat ik niet thuis zou eten, dus het maakt niet
zoveel uit.’
Lars schoot in de lach. ‘Hetzelfde als ik dus.’
Gerben glimlachte en gaf Lars nog een kus. ‘Straks hier
ergens iets eten en dan de trein terug naar huis?’
‘Goed plan,’ zei Lars.
Ze besloten nog even de zee in te gaan en liepen het water
in. Toen ze wat dieper waren trok Lars aan de broek van Gerben
die hem zonder veel protest uit liet trekken. Hij deed hetzelfde
bij Lars. Al snel stonden ze met hun lichamen dicht tegen
elkaar. Hun erecties gleden langs elkaar. Ze zoenden snel
en stevig, hun handen hadden al snel gevonden wat ze zochten.
Er waren ondertussen meer mensen in het water, ze hielden
in de gaten of er niemand te dicht in de buurt kwam. Gehaast
werkten ze naar een hoogtepunt. Lars trok Gerben dicht tegen
zich aan toen hij voelde dat hij ging komen. Zijn adem stootte
hard in Gerben’s oor toen hij zijn ontlading los liet.
Gerben kwam bijna meteen daarna. Ze kreunden en zuchtten met
hun wangen tegen elkaar. Een lange tongzoen volgde, daarna
zwommen ze langzaam weer terug. Het was te druk om te springen,
dat zouden teveel mensen zien. Ongemerkt voor de omgeving
trokken ze hun zwembroeken weer aan en liepen terug naar hun
handdoeken. Ze ploften neer en Lars trok zijn laatste blikje
open. Hij hield het voor Gerben’s gezicht. Gerben nam
een slok en gaf het terug. Hij keek op zijn horloge. Het werd
bijna tijd om iets te eten te gaan zoeken. Hij ging op zijn
rug liggen en legde zijn armen achter zijn hoofd. Hij sloot
zijn ogen en zuchtte. Hij voelde zich gelukkig.
Samen liepen ze de boulevard op, klopten het zand van hun
voeten en trokken hun schoenen weer aan. Op het strand hadden
ze voor elkaar een handdoek omhoog gehouden zodat de ander
zijn zwembroek weer om kon ruilen voor iets anders. Er werd
daarbij natuurlijk flink over de handdoek gekeken. Ze liepen
naar een klein restaurantje op de boulevard en bestelden wat
te eten. Ze zaten naast elkaar op het terrasje en aten zonder
iets te zeggen. Praten was nu ook even niet nodig. Ze hadden
elkaar weer gevonden en dat was nu het allerbelangrijkste.
Na het eten liepen ze de boulevard af, langzaam terug naar
het station. In de trein zaten ze dicht tegen elkaar.
‘Hoe gaan we nu verder?’ vroeg Gerben.
‘We zullen elkaar door de week niet vaak zien, denk
ik.’
‘Maar in het weekend toch wel?’
‘Ieder weekend als het aan mij ligt,’ lachte Lars.
‘Hoe leggen we dat uit thuis?’
‘Weet ik veel. In het begin niet. Het is toch niet gek
dat we elkaar weer eens opzoeken na de vakantie? Ik kom een
keer bij jou op bezoek, jij een keer bij mij en dan zijn we
al weer twee weken verder. Daarna zien we wel. Ik zie het
niet zitten om vandaag al te vertellen dat ik een vriendje
heb.’
‘Ik ook niet’ grinnikte Gerben.
‘Volgende week zaterdag kom ik naar jou, jij hebt de
vorige keer al dat stuk moeten fietsen.’
‘Afgesproken,’ zei Gerben en gaf Lars een kus
om het vast te leggen.
Lars glimlachte en keek hem diep in zijn ogen. ‘Ik ben
blij dat we dit gedaan hebben. Ik wou dit wel, maar ik durfde
er niet aan te beginnen. Ik dacht dat het nooit iets zou kunnen
worden. Nu we dit gedaan hebben voelt het ineens alsof dit
gewoon niet fout kan gaan.’
Gerben kuste hem vlug op zijn wang.
‘Als jij woensdag niet naar mij was komen fietsen, was
het nooit zo ver gekomen.’
‘Nou, toen jij wegfietste dacht ik dat het nooit meer
zou gebeuren.’
‘Ik was nog niet thuis of ik had er al spijt van,’
lachte Lars. ‘Ik was je ook nog bijna achterna gefietst,
maar Martijn had me al gezien. Bovendien had ik je nooit meer
in kunnen halen.’
‘Ik schrok me rot toen ik jouw stem ineens door de telefoon
hoorde.’
‘Wat dacht je?’
‘Helemaal niets op dat moment. Totdat je voorstelde
om vandaag naar het strand te gaan.’
‘Ik was blij dat je meewilde, ik dacht dat je me nooit
meer wilde zien na mijn botte reactie die middag.’
‘Was een goed idee van je, ik heb een waanzinnige dag
gehad.’
‘Ik ook.’
Ze waren sneller thuis dan ze eigenlijk wilden. Lars moest
nog verder met de bus. Gerben haalde zijn fiets uit de stalling
en liep met Lars nog even mee. Zijn bus zou over een kwartier
vertrekken. Ze zochten een stil hoekje op het station en kusten
elkaar. Hun lippen openden zich onmiddellijk voor een laatste
lange afscheidszoen. Lars liep naar zijn bus, bij de deur
draaide hij zich nog een keer om.
‘Ik zie je volgende week.’
‘Bel je me nog even hoe laat je komt?’
‘Doe ik,’ zei Lars en stapte in. Hij ging zitten
en de bus reed weg. Hij knipoogde een keer naar Gerben achter
de ruit en verdween toen uit het zicht. Gerben fietste naar
huis en genoot van de late zon. Het viel zijn moeder op dat
hij zo overdreven vrolijk was. Gerben hield zijn mond, dat
kwam later wel een keer. Hij belde Barend en sprak af om daar
diezelfde avond nog even naar toe te gaan. Hij moest zijn
verhaal kwijt.
Barend deed grijnzend de deur open toen Gerben aanbelde.
‘Nieuws van het front?’ grinnikte hij.
‘Kun je wel stellen.’ Gerben glimlachte.
‘Kom, gaan we nog even in de tuin zitten, mijn ouders
hangen voor de TV.’
Barend schonk twee glazen vol en liep voor Gerben de tuin
in. Ze pakten een stoel en namen tegelijk een slok. Het was
warm en benauwd.
‘Vertel,’ zei Barend lachend, ‘Annemiek
wil je terug?’
‘Nee man, dat niet. Ik ben vandaag naar Vlissingen geweest.’
‘Wat moest je daar nou weer doen?’
‘Met Lars.’
Barend keek hem grijnzend aan. ‘Nou wordt het interessant.
Had je hem gebeld?’
‘Nee, woensdag was ik vrij, en toen ben ik hem op gaan
zoeken. Ik heb hem opgewacht toen hij uit school kwam.’
‘En, hoe reageerde hij?’
‘Verbaasd, en afstandelijk op een of andere manier.
Hij vond dat ik het beter niet had kunnen doen. Hij wou gewoon
met brieven contact houden, maar meer ook niet.’
‘Dat deed zeer zeker?’
‘Ja, totdat hij diezelfde avond nog belde en af wou
spreken op de boulevard van Vlissingen,’ zei Gerben
glunderend.
‘Waarom daar?’
‘Daar hadden we het over gehad, dat ik wel weer terug
naar de kust wilde, en hij ook.’
‘Gaaf. En, wat is er gebeurd?’
‘Veel gepraat, over mij, over hem.’
‘Ik zie aan je gezicht dat er meer gebeurd is,’
zei Barend spottend.
Gerben glimlachte. ‘Dat is er zeker. We zijn gaan zwemmen
en je wilt niet weten wat er allemaal onder water gebeurd
is.’
‘En nu? Hoe gaat het verder?’
‘Hij komt volgende week zaterdag hier naar toe.’
‘Gaaf man. Officieel verkering nu?’
‘Yep, helemaal.’
‘Gefeliciteerd, jongen.’
‘Hoe is het met Ingrid?’
‘Wel goed geloof ik. We praten af en toe met elkaar,
maar dat schiet niet echt op.’
‘Ga je nog iets speciaals doen?’
‘Ik zou wel willen, maar ik weet niet wat.’
‘Ik denk met je mee. Ik spreek haar nog wel een paar
keer aan op school, dat helpt een beetje.’
Barend glimlachte. ‘Je doet je best maar. Alles is meegenomen.’
Gerben nam nog een slok.
‘Hoe ziet hij er eigenlijk uit, die Lars?’
‘Ik zal eens een foto meenemen de volgende keer’
‘Moet je zeker doen, ik ben wel benieuwd.’
Gerben was op zijn gemak, hij was Barend dankbaar dat die
zo goed reageerde. Eindelijk had hij iemand waarmee hij er
normaal over kon praten. Hij keek even naar Barend die hem
lachend aan zat te kijken.
‘Het straalt van je gezicht af, Gerben, thuis nog geen
vragen gehad?’
‘Het viel ze wel op ja, maar ik zeg nog even niets.’
Barend schoot in de lach. ‘Je zou jezelf nou moeten
zien, haal die grijns van je gezicht!’
Gerben lachte. Het werd nog laat die avond, ze hebben nog
veel zitten praten over Lars en over Ingrid. Gerben merkte
wel dat Barend redelijk verliefd begon te worden. Hij zou
eens nadenken over een plan om die twee eens bij elkaar te
krijgen.
Voor Gerben ging de week maar traag voorbij. Hij keek in
het begin van de week al uit naar zaterdag. Op dinsdag lag
er een brief voor hem toen hij thuiskwam uit school. Hij herkende
het handschrift van Lars. Even maakte hij zich zorgen, hij
wou toch niet afzeggen? Hij liep snel de trap op en maakte
de envelop open. “Lieve Gerben” stond er boven.
Hij schreef dat hij om 11 uur bij Gerben wou zijn zaterdag.
Een kleine zucht van verlichting bij Gerben. De brief was
niet zo lang, Lars had een waanzinnige dag gehad die zaterdag
aan het strand en hij miste Gerben enorm. Gerben kreeg dat
gevoel weer in zijn buik. Hij keek naar de foto van Lars waar
hij iedere dag wel een paar keer naar keek. Diezelfde dag
vertelde hij zijn moeder dat Lars zaterdag naar hem toe zou
komen. Dat had ze wel verwacht. Ze schreven al een tijd met
elkaar na de vakantie en zo ver woonden ze nou ook weer niet
van elkaar. Gerben was vrolijk, op school begonnen ze ook
al vragen te stellen. Op donderdag kwam hij Ingrid tegen in
de gang.
‘Je krijgt de groeten van Barend,’ lachte ze.
‘Ben je hem nog tegengekomen?’
‘Gistermiddag zag ik hem bij ons in de straat. Hij riep
dat ik je de groeten moest doen.’
Gerben lachte van binnen, hij kon zich helemaal voorstellen
hoe Barend zich gevoeld moet hebben.
‘Zei Barend verder nog iets?’
‘Nee, verder niets speciaals. Hij vroeg nog hoe het
beviel op deze school.’
‘En?’
‘Ja, best wel leuk hoor, het is wel wennen. Ik ken nog
niet zoveel mensen, maar dat komt nog wel.’
Gerben zag Annemiek kijken toen ze voorbij liep. Ze moest
eens weten. Ingrid wilde weer verder lopen.
‘Doe hem maar de groeten terug van mij,’ zei Gerben
nog toen ze wegliep. Ze keek een keer glimlachend om.
‘Doe ik!’
Eindelijk was het zaterdag! Gerben had het idee dat het wel
een maand geduurd had. Hij was vroeg wakker en meteen opgestaan.
Hij had lang gedoucht en zijn kamer wat opgeruimd. Iets voor
elf uur ging de deurbel. Lars stond met een brede glimlach
voor de deur toen Gerben open deed. Er hing een rare spanning
tussen hen in, ze kusten elkaar niet. Ze liepen meteen door
naar de huiskamer. Zijn zus was de hele dag weg, die zat bij
haar vriend. Samen met de ouders van Gerben dronken ze wat
en gingen toen naar boven, naar Gerben’s kamer. Gerben
sloot de deur en strekte zijn hand naar Lars. Die pakte hem
vast en ze kusten elkaar. Hun lippen openden zich en een wilde
tongzoen volgde.
‘Hier heb ik de hele week naar uitgekeken,’ fluisterde
Gerben.
Lars glimlachte. Ze kusten elkaar weer, hun handen streelden
iedere plek van elkaar. Ze stonden midden in de kamer, dicht
tegen elkaar aan. Gerben zuchtte en trok Lars naar zijn bed.
Hij liet zich vallen en nam Lars mee in zijn val. Hij lag
half op hem en ze kusten elkaar. Lars tilde zijn hoofd iets
op en keek Gerben lachend aan in zijn ogen. Gerben sloeg zijn
hand om zijn nek en trok hun gezichten dichter naar elkaar.
Zijn lippen raakten even die van Lars. Ze keken elkaar aan.
‘Ik lig hier niet op mijn gemak, met jouw ouders hier
in huis,’ grinnikte Lars.
‘Eindje gaan fietsen?’
Lars knikte. ‘Is goed, laat maar eens zien waar je woont.’
Ze stonden op, Gerben kuste Lars nog een keer in zijn nek
toen die voor hem de kamer uit liep.
‘We zijn even weg,’ zei Gerben vlak voordat ze
de deur uit liepen.
‘Neem sleutels mee,’ zei zijn moeder, ‘wij
zijn straks ook nog even weg.’
Gerben pakte zijn sleutels en liep met Lars naar buiten. Ze
stapten op de fiets en reden weg. In het centrum pakten ze
wat te eten en gingen op een bankje zitten. Gerben dacht even
terug aan de keren dat hij hier gezeten had met Annemiek.
Hij glimlachte. Even later reden ze verder, Gerben liet zijn
school zien en het meertje waar ze wel eens gingen zwemmen.
Toen ze terug fietsten naar huis zag Gerben in de verte Barend
fietsen. Hij stak zijn hand op, Barend zwaaide breed grijnzend
terug. Hij fietste door.
‘Dat was die vriend van mij waar ik het aan verteld
heb,’ zei Gerben.
Lars glimlachte. ‘Ik dacht al, waarom lacht hij zo.’
Gerben lachte. ‘Hij was al nieuwsgierig naar hoe je
er uit ziet.’
Lars keek een beetje verlegen. Zwijgend reden ze door. Ze
zetten de fietsen tegen het huis, de deur was op slot. Gerben
pakte zijn sleutels en deed de deur open. Niemand thuis. Ze
liepen naar boven en vielen zoenend op bed. Hun lippen openden
zich snel en vergaten al snel de wereld om zich heen. Ze waren
opgewonden, zonder handrem. Gerben wreef met zijn hand over
Lars zijn rug en trok zijn shirt uit. Lars deed bij hem hetzelfde.
Toen ging het snel. Ze kusten elkaar overal, handen gleden
alle kanten op. Lars peuterde aan de knoop van Gerben zijn
broek, die dat kreunend toeliet. Hij hielp mee zijn broek
uit te trekken en zocht de rand van Lars zijn broek. Hij gooide
het dekbed van zijn bed op de grond en al snel lagen ze naakt
op elkaar, hun opwinding hard en klem tussen hen in. Het ging
allemaal gehaast. Lars lag bovenop, en wreef zijn kruis heen
een weer. Gerben’s oren suisden, zijn kruis prikkelde,
zijn hele huid tintelde. Ze zoenden snel en ongecontroleerd.
Hij voelde de harde paal van Lars tegen zijn buik, een wat
koude plek van het voorvocht. Hij zuchtte, Lars kreunde in
zijn oor. Gerben sloeg zij benen om Lars heen, zijn voeten
raakten zijn onderrug. Lars stootte langzaam door. Af en toe
versnelde hij even om daarna traag zijn paal langs die van
Gerben te laten glijden. Lang hield hij dat niet vol. De opwinding
werd te groot, en in een snel tempo stootte hij door. Gerben
hoorde de deur van zijn kamer als eerste en verstarde. Meteen
daarna kromp Lars ineen. Gerben’s moeder stak nietsvermoedend
haar hoofd om de hoek.
‘We zijn thu…’
Haar ogen werden groot en ze verdween meteen weer. Lars lag
nog op Gerben, Gerben’s benen nog om hem heen. Tijdens
de schrikreactie was Lars klaar gekomen, zijn warme zaad lag
op Gerben’s buik. Lars sprong op en zocht meteen naar
zijn kleren. Gerben veegde met een zakdoek zijn buik schoon
en trok ook snel zijn kleren aan. Toen kreeg hij de slappe
lach.
‘Wat lach je nou?’ vroeg Lars kortaf.
‘Sorry,’ grinnikte Gerben, ‘ik kan het niet
helpen.’
‘Het is niet leuk.’
‘Nee,’ proestte Gerben, ‘maar ik kan niet
anders.’
‘Wat nu?’
Gerben haalde zijn schouders op. Hij lachte nog steeds. Lars
keek hem aan en begon te glimlachen.
‘Zij schrok misschien nog wel meer dan wij,’ grinnikte
Gerben.
Lars lachte. ‘Ik durf nu niet naar beneden.’ Ook
hij kreeg de slappe lach. Ze zaten samen te grinniken toen
er op de deur geklopt werd. Lars hield op met lachen en keek
Gerben verschrikt aan.
‘Binnen,’ zei Gerben zo gewoon mogelijk.
Zijn moeder stak haar hoofd weer om de hoek.
‘Sorry, ik had moeten kloppen net voor ik binnen kwam.’
‘Sorry mam.’
‘Nee, ik moet sorry zeggen. Ik zie je zo beneden wel
weer. We eten over een half uur. Eet je mee, Lars?’
‘Nee, ik moet zo naar huis.’
Gerben’s moeder glimlachte nog een keer en verdween
weer.
Gerben en Lars keken elkaar aan. Gerben zuchtte een keer.
‘Dat viel nog mee.’
‘Gelukkig wel, maar ik blijf dus nu echt niet eten,
hoor.’
Gerben schoot weer in de lach.
‘En nu?’
‘Niks, ik kom volgende week gewoon naar jou toe.’
‘Je zult toch wel vragen krijgen?’
‘Ja, maak me nerveus, bedankt hoor. Ik weet het ook
niet Lars, ik zie het wel. Volgens mij reageerde ze wel goed
net.’
‘Ik schrok me kapot net.’
‘Nee, ik niet zeker,’ grinnikte Gerben.
‘Ik moet zo gaan.’
‘Ik loop met je mee.’
Lars gaf hem nog een kus en liep achter hem aan naar beneden.
Gerben’s ouders zaten in de tuin. Lars stak even zijn
hoofd door de deur naar buiten.
‘Tot ziens,’ zei hij snel.
‘Tot ziens Lars,’ zeiden Gerben’s ouders
tegelijk. Lars liep meteen daarna naar de voordeur. Bij de
voordeur zoenden ze elkaar, Lars greep Gerben achter op zijn
hoofd in zijn haren.
‘Tot volgende week,’ fluisterde hij.
‘Tot zaterdag,’ kuste Gerben terug.
Lars liep naar buiten en stapte op zijn fiets.
‘Succes.’
‘Dank je’ grinnikte Gerben.
Lars kuste in de lucht een keer naar Gerben en reed toen weg.
Op de hoek zwaaide hij nog een keer. Gerben liep terug het
huis in en liep naar de achtertuin. Zijn ouders zaten nog
steeds in de tuin en Gerben ging er bij zitten. Hij probeerde
de situatie in te schatten. Had zijn moeder het aan zijn vader
verteld, of nog niet? Hijzelf begon er maar niet over. Hij
keek een keer schuin naar zijn vader en daarna naar zijn moeder.
Die keek glimlachend terug.
‘Ik schrok wel even,’ zei ze toen serieus.
Gerben keek even naar zijn vader. Die wist het dus, anders
begon zijn moeder er niet over.
‘Sorry, mam.’
‘Je hoeft geen sorry te zeggen.’
Gerben haalde zijn schouders op. ‘Wat moet ik ander
zeggen?’
‘Geen sorry, in ieder geval,’ zei zijn vader.
‘We hadden het anders nog wel even geheim willen houden.’
‘Daar doe je nu niets meer aan jongen,’ zei zijn
moeder. ‘Als je er over wilt praten, zijn we er altijd
voor je, dat weet je.’
‘Ik weet niet wat ik er over wil zeggen, het is voor
ons ook allemaal nog nieuw.’
‘Als je maar weet dat we het niet erg vinden, als jij
je er maar gelukkig bij voelt, dat is het belangrijkste voor
jouw moeder en mij.’
Gerben keek glunderend voor zich uit. ‘Dat zijn we ook
wel.’
‘Dat is al iets, toch? Gewoon rustig aan, komt allemaal
vanzelf, jongen.’
Zijn moeder stond op en liep de keuken in. Gerben stond op
en liep achter haar aan. Hij sloeg binnen zijn armen om haar
heen en gaf haar een kus.
‘Dankjewel, mam,’ zei hij zacht.
Ze gaf hem een kus terug. ‘Het is goed, jongen. Maar
wel praten als je dat wilt. Beloofd?’
Gerben knikte. Hij liet haat los en liep naar zijn kamer.
Hij zuchtte. Hij raapte het dekbed op van de grond en legde
dat weer terug op zijn bed. Zijn gedachten dwaalden naar Lars.
Wat zat die nou te denken op de fiets? Hij besloot hem die
avond nog maar even te bellen. Even later liep hij weer naar
beneden. Toen hij de trap af kwam liep net zijn moeder de
gang in.
‘Ik wilde je net roepen,’ zei ze. ‘We eten
buiten, nu kan het nog met dit weer.’
Gerben liep achter haar aan en hielp mee met de dingen op
tafel te zetten. Ze gingen zitten en begonnen zwijgend te
eten. Gerben werd er nerveus van. Hij wist zelf ook niet wat
hij wilde zeggen, maar van die stilte werd hij ook gek. Hij
keek een keer naar zijn ouders. Die zaten waarschijnlijk met
hetzelfde probleem. Ze aten stil door. Toen ze bijna klaar
waren begon Gerben toch maar wat te zeggen.
‘Volgende week zaterdag ga ik naar Lars,’ zei
hij zachtjes.
‘Dat is leuk, jongen,’ zei zijn vader droog.
Gerben keek hem aan. Zijn vader grijnsde terug.
‘Ik had niet anders verwacht, Gerben.’
Gerben glimlachte.
‘Het is een heel eind fietsen,’ zei zijn moeder.
‘Valt wel mee hoor, mam.’
Ze waren klaar met eten en Gerben hielp zijn moeder alles
weer naar de keuken te brengen. Ze zaten daarna samen nog
even in de tuin na te genieten van de avondzon.
‘Ik weet niet wat jullie allemaal doen,’ zei zijn
moeder ineens serieus, ‘maar ik hoop wel dat jullie
weten wat jullie doen en dat jullie het veilig doen.’
‘Tuurlijk, mam, we zijn niet gek.’
‘Weet ik wel, maar ik wilde het toch even zeggen.’
‘Weten zijn ouders het?’ vroeg zijn vader.
‘Nee, niemand eigenlijk. Alleen Barend heb ik wat verteld.’
‘Ik was wel verbaasd toen ik het net hoorde van je moeder,
ik had het nooit verwacht.’
Gerben haalde glimlachend zijn schouders op.
‘Wat ik zo van hem weet lijkt het me een aardige jongen,’
zei zijn moeder. Typisch zijn moeder.
‘Dank je mam, dat is hij ook.’
Zijn moeder keek naar de keuken, ze hoorde de voordeur dichtslaan.
‘Je zus komt thuis, nog maar even niets zeggen?’
Gerben haalde zijn schouders op. Hij kon het altijd goed vinden
met haar. Eigenlijk zou hij het er eerder met haar over hebben
hoe hij het zijn ouders zou moeten vertellen dan andersom.
Maar zijn ouders wisten het nu al eerder zelfs.
‘Je ziet maar, dat kun je beter zelf vertellen als je
wilt,’ zei ze nog snel voordat zijn zus en haar vriend
de tuin in kwamen lopen.
‘He, zitten jullie nog lekker buiten? Lekker weer he?’
Ze aaide Gerben door zijn haar. ‘Ha, broertje,’
lachte ze.
Gerben grinnikte. Hij was al een jaar een stukje groter dan
zijn zus. Marleen en haar vriend Karel pakten een stoel en
kwamen er bij zitten. Gerben stond op.
‘Even bellen,’ zei hij.
Hij liep naar binnen en belde naar Lars. Die nam zelf op.
‘Hoi, met Gerben.’
‘Hoe is het?’
‘Goed hoor. Ze reageerden er best goed op.’
‘Gelukkig maar. Ik ben blij dat je nog even belt. Ik
zat er de hele tijd aan te denken op de fiets.’
‘Ik heb verteld dat ik volgende week naar jou toe ga,
en mijn vader had niet anders verwacht.’
Lars grinnikte aan de andere kant van de lijn. ‘Ik heb
er nou al zin in.’
‘Ik ook. Ik moet zo weer ophangen, mijn zus is nu ook
thuis.’
‘Weet die het ook?’
‘Nee, nog niet. Maar die zal ik het ook wel snel vertellen
denk ik. Die ziet toch meteen dat er iets met me is.’
‘Ik vond het gaaf vandaag, Gerben.’
‘Ik ook, Lars.’
‘Ik bel je deze week nog wel een keer.’
‘Gaaf. Ik hou van je.’
‘Ik ook van jou.’
Na het telefoontje ging Gerben weer terug naar de tuin. Ze
dronken wat en zaten te praten over allerlei dingen.
‘Wat ben je afwezig, broertje,’ zei zijn zus ineens.
Gerben glimlachte een keer.
‘Is Annemiek weer in beeld?’
‘Nee, joh. Hoe kom je daar nou weer bij?’
‘Kon toch?’
Karel keek een keer naar Marleen met een blik alsof hij wilde
zeggen: ‘laat die jongen nou toch.’
Ze keek haar vriend lachend aan. ‘Ik moet het toch een
beetje in de gaten houden?’
Gerben keek lachend voor zich uit en keek een keer schuin
naar zijn moeder. Die keek alleen maar spottend terug. Gerben
stond op en liep de keuken in om nog wat te drinken te halen.
Zijn zus liep met hem mee. In de keuken keek ze hem aan.
‘Ik plaag je graag, dat weet je toch ook wel,’
lachte ze.
‘Weet ik toch ook wel, zusje.’ Hij ging expres
dicht tegen haar aanstaan zodat duidelijk was wie de langste
was van de twee. Ze lachte en prikte hem in zijn zij.
‘Maar ik heb wel weer verkering, dus zo ver zat je er
niet naast.’
Ze keek hem lachend aan. ‘Zie je wel. Toch die Annemiek
weer?’
‘Nee. Hij heet Lars.’
‘Die jongen die vandaag op bezoek zou komen?’
Gerben knikte. Marleen stond stil en zei even niets. Ze keek
hem weer aan.
‘Een vriend? Jij? Weten pa en ma het?’
‘Ja, die weten het.’
‘Wanneer heb je ze het verteld?’
‘Niet. Mama heeft ons vanmiddag betrapt toen ze thuis
kwamen. Ik had ze niet thuis horen komen.’
Marleen schoot in de lach. ‘Dat meen je niet! Wat zei
ze?’
‘Hallo, we zijn weer thuis,’ grinnikte Gerben,
‘en daarna was ze heel snel weer weg. We schrokken ons
kapot.’
‘Jezus, Gerben. Hebben ze daarna nog iets gezegd?’
‘Toen Lars weg was hebben we er nog over gepraat.’
‘En? Vol begrip hoop ik?’
‘Jawel, dat viel wel mee.’
Ze sloeg een arm om hem heen. ‘We hebben ruimdenkende
ouders jongen, dat weet je toch?’
‘Ik had ook niet anders verwacht. Maar ik had er nog
even mee willen wachten om het te vertellen eigenlijk.’
‘Je wilde het eerst delen met je lieve zus natuurlijk.’
‘Uiteraard,’ grinnikte Gerben.
‘Kom, we gaan weer naar buiten. Gaaf, broertje, je verbaast
me iedere keer weer.’
Ze sloeg haar armen om hem heen.
‘Mijn kleine broertje wordt volwassen,’ grinnikte
ze.
Ze liepen naar de deur. Bij de deur draaide ze zich nog een
keer om.
‘Mag ik het Karel vertellen?’
‘Ik zou niet weten waarom niet. Maar laat het daar nog
even bij. Ik ken je ondertussen.’
Ze glimlachte en liep de tuin weer in.
Gerben lag laat in bed die nacht. Karel was weer naar huis
gegaan, en Gerben had met zijn zus en zijn ouders nog een
tijdje zitten praten. Natuurlijk hadden ze het ook nog over
Lars gehad. Zijn zus was nieuwsgierig naar hem en Gerben was
naar zijn kamer gelopen om een foto van de vakantie te halen.
Ze had hem uitgebreid bestudeerd en goedgekeurd. Zoals alleen
zussen dat kunnen doen. Hij lag in bed naar het plafond te
staren en zuchtte. Hij voelde zich gelukkig. Nog maar kort
geleden lag hij met zichzelf overhoop, vol met twijfels over
hoe hij in elkaar zat, met iedere keer die wisseling tussen
gevoelens en verschillende werelden, en nu viel alles op zijn
plaats. Hij wist eindelijk wie hij was, en wat hij wilde.
Het gaf hem rust.
De dag erna kwam Barend op bezoek. Ze zaten op Gerben’s
kamer achter de computer.
‘Het lijkt me een aardige gast,’ zei Barend.
‘Is hij ook,’ grinnikte Gerben.
‘Hebben jouw ouders niets door?’
‘Jawel.’
Barend keek hem aan.
‘Ze weten het zelfs.’
‘Ze weten het al?’
‘Mijn moeder heeft ons betrapt toen we aan het zoenen
waren.’ Gerben had geen zin om alle details te vertellen.
‘Ai….’
‘Zeg dat wel,’ lachte Gerben, ‘we schrokken
ons kapot.’
‘En zij niet minder zeker?’
Gerben schoot in de lach. ‘Wat denk je?’
‘Maar ze pakten het goed op?’
‘Gelukkig wel. Volgende week ga ik daar naar toe.’
‘Je weer laten betrappen zeker?’
‘Ja dag! Ik vond dat van gisteren wel even genoeg als
je het niet erg vindt.’
‘Heb je het wel meteen verteld,’ plaagde Barend.
‘Nou, dan nog maar even niet vertellen. Ik kon er gisteren
ook niet echt om lachen.’
‘Maar ben je niet blij dan, dat het er uit is?’
‘Jawel, maar ik had er eigenlijk nog even mee willen
wachten. En zeker niet op die manier. Het is niet echt leuk
als je moeder de kamer in komt lopen als je op bed ligt te
zoenen. Ze waren weg, ik heb ze niet thuis horen komen.’
‘Je had toch nog wel je kleren aan, hoop ik?’
‘Ehh….’
Barend keek hem grijnzend aan. ‘Dat meen je niet?’
‘Ander onderwerp,’ grinnikte Gerben.
Barend trok zijn wenkbrauwen op. ‘Ik begin een beetje
een beeld te krijgen van wat hier gisteren gebeurd is.’
‘Jij Ingrid nog gezien?’ begon Gerben demonstratief
een ander onderwerp.
‘Ja, gisteren, ik kreeg nog de groeten van je.’
Barend glunderde.
‘Vertel, ik zie aan je kop dat er nieuws is van het
front.’
‘Nee, niets speciaals. Ik zag haar gisteren, en toen
vertelde ze me dat.’
‘Verder niets?’
Barend haalde grijnzend zijn schouders op. ‘Niet echt.
Ze ging naar de hockeyvelden omdat ze daar misschien lid van
wilde worden, en toen heb ik haar daar naar toe gebracht,
hoefde ze niet te zoeken waar het was.’
‘Daar kwam je dus vandaan gisteren toen we je tegen
kwamen.’
‘Juist. Ze bleef daar even kijken, en toen ben ik maar
weer naar huis gegaan.’
‘Het schiet niet echt op he, Barend?’
‘Het heeft zijn tijd nodig, Gerben, het heeft zijn tijd
nodig.’
Barend lachte. Ze speelden wat op de computer en lieten het
onderwerp verder rusten. Gerben wist dat hij het er verder
niet meer met Barend over moest hebben. Dat had zijn tijd
nodig, ook bij Barend zelf.

Zondagavond belde Lars nog even. Ze wilden gewoon elkaars
stem nog even horen. Ze begonnen nu al de dagen af te tellen
tot het weer zaterdag zou zijn. Gerben’s ouders bekeken
het glimlachend. Ze hadden ook wel door dat het diep zat bij
die twee. Wat dat betreft had Lars het een stuk lastiger thuis.
Daar wisten ze nog van niets. Gerben ging die avond vroeg
naar bed. Met Lars in zijn hoofd viel hij in slaap.
© 2004 Oliver Kjelsson
|
|